Zomaar, in één keer uit het niets. Zonder enige waarschuwing. Komt de beer weer op bezoek. Net, of ik het al niet genoeg aan mijn hoofd heb.
Eerst dacht ik nog, dat ik een eisprong had. Omdat sommige “klachten” hetzelfde zijn. Heb ik geen andere “klachten”. Zoals pijnlijke en grotere borsten.
Waaraan ik dan merk, dat de beer weer terug is?

Ik ben kribbiger dan anders. Erger mij sneller aan dingen. Waar ik me anders niet druk om maak.
Ik krijg meer zin in lekkere dingen. Gek genoeg is dat geen chocolade. Nee, het is pasta, chips of oude kaas. Een beetje hartige dingen, maar ook zetmeel. Het is ook net, of ik minder fut heb. Terwijl ik toch, zo ongeveer, genoeg slaap krijg.

Elke dag moet ik mijzelf een schop onder de kont geven. Om ook maar iets te doen in huis, of de tuin.
Met hangende pootjes ben ik aan het schoonmaken. Niks interesseert mij op dit moment. Wanneer er bijvoorbeeld een nieuwe film uitkomt. Die ik heel graag wil zien. Ben ik één seconde happy en wil ik er heen. Om daarna maar te zeggen. Nee, ik blijf liever thuis. Ik zie hem wel op tv of we downloaden hem wel.

Ik begin ook meer te eten. Net of ik een reserve op wil slaan. Wanneer ik straks een “winterslaap” ga doen. Terwijl ik zo trots ben, dat ik een paar kilo’s ben afgevallen. Het is dan ook heel moeilijk, om minder te gaan eten. Oh ja, dan komt het ergste nog. Het hamsteren. Ja, ik hamster heel wat bij elkaar.

Neem vorige week. Het was route 99 bij de Albert Hein. Nou, hamster ik heeft heel wat ingeslagen. Je weet maar nooit, wanneer je het nodig bent. Stiekem geef ik als antwoord: “wat als ik straks geopereerd wordt? Dan hebben we genoeg in huis.” Terwijl het toch stiekem de beer is. Die een winter voorraad in wil slaan.

Met warm eten, maak ik meer klaar, dan we op kunnen. Wat overblijft, gaat bij ons in de vriezer. Ik heb maandag bakjes bij moeten kopen. Omdat alles in de diepvries zit. Ja, het is makkelijk om eten in de diepvries te hebben. Wanneer mijn man ’s middags moet werken. Even uit de diepvries halen, ontdooien, opwarmen en opeten. Stiekem is het toch ook weer de beer. Die graag een grote voorraad aan wil leggen.

Praat me niet over slapen. Ik heb moeite om ’s avonds op bed te gaan. Maar, lig ik eenmaal in bed? Wil ik er absoluut niet meer uitkomen. Het liefst maak ik van mijn dekbed een grot. Waar ik heerlijk in kan overwinteren. Ik pak mij dan ook bijna helemaal in. Hé, ik moet ook nog adem kunnen halen.

En zo sluipt heel sneaky de beer in mijn leven. Zomaar, zonder dat ik het eerst door heb. Ok, ik heb op dit moment ook genoeg aan mijn hoofd. Ik ben nog druk bezig met het ontdekken van mijn autisme. Dit gaat met vallen en opstaan.
Daarbij zit ik nog steeds met mijn buik. Gelukkig heb ik volgende week een afspraak bij de chirurg. Benieuwd wat er gaat gebeuren. Ik laat het maar over mij heen komen.
Tot het zover is, dat de beer mijn leven heeft overgenomen. En ik alleen maar wil slapen, slapen en slapen.

Met andere woorden. Deze dame heeft last van een winterdepressie. Ik heb al meer als twintig jaar last van een winterdepressie. De diagnose is gesteld in het academisch ziekenhuis in Groningen (wat nu het UMCG heet). Via het UMCG, heb ik meegedaan aan een proef.

Om winterdepressie te behandelen, gebruik je lichttherapie. Er werd gekeken, of lichttherapie via de knieholte ook helpt bij winterdepressie. Er waren patiënten die wel licht kregen via de knieholte, maar ook patiënten die geen licht kregen (placebo) via de knieholte. Zelf wist je niet, of je nu wel of geen licht kreeg. Bij elke behandeling werd er speeksel afgenomen. Dit gebeurde via watten. Dezelfde watten die de tandarts in je mond doet bij het boren.

Daarbij moesten wij ook vragenlijsten invullen. Hoe het met ons ging. Of we ook meer honger hadden gekregen. Meer zin hadden om te slapen, etc. Helaas heeft deze manier van lichttherapie mij niet geholpen. Wat er verder met de test is gebeurd? Dat weet ik, helaas, niet.

Na de proef, heb ik als nog de reguliere lichttherapie gehad. De therapie bestaat uit een lichtbak met speciale licht (de sterkte van de lamp, lijkt een beetje op de zon). Waar je af en toe in kijkt, voor een bepaalde tijd. De behandeling duurt ongeveer een week. Daarna voel je je, bijna, weer de oude.

Nu ik verneem, dat ik weer last heb van de winterdepressie. Wacht ik toch zo lang mogelijk met de lichttherapie. Hoe langer ik wacht. Des te minder heb ik het straks nog een keertje nodig.
Jammer genoeg, heb ik hem nu wel nodig. Ik kan het niet langer volhouden.

Gelukkig hebben mijn man en ik, meer als tien jaar geleden. Zelf een lamp aangeschaft. Het is een hele investering. Maar, dat is het zeker waard. Sinds twee dagen, zit ik elke ochtend een half uur voor de lamp. Het is wel de bedoeling, dat je elke dag op dezelfde tijdstip voor de lamp zit. Ik combineer de lamp samen met mijn ontbijt. Tevens pak ik er het blad landleven erbij. Zodat ik even tijd voor mijzelf heb. Terwijl ik mijn therapie volg.

Na vijf dagen, voel ik mij een heel ander mens. Ik heb minder “lekkere” trek gekregen. Ik ben niet meer zo kribbig. Ik krijg weer zin in gevarieerd eten. De vermoeidheid is een stuk minder geworden.
Hierdoor kan de beer weer even zijn spullen pakken. Om zelf ergens een plekje te zoeken, waar het kan overwinteren. Om volgend jaar weer terug te komen.


0 reacties

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: