Als jullie vaker op mijn blog komen. Hebben jullie vast wel gelezen, hoe moeilijk ik het heb met de uitslag autisme.
Langzaam begin ik eraan te “wennen”. Dat autisme bij mijn leven hoort. Vandaar ook mijn titel: “ik heb autisme”.

Zoals je misschien aan mijn foto hebt kunnen zien. Zie je niet aan mij, dat ik autisme heb.
Vaak wordt iemand met autisme gezien, als iemand die veel heen en weer zit te wiegen. Of vaak met iets in zijn handen zit te spelen. Niet iedereen die autisme heeft. Heeft deze eigenschappen. Of kan je het aan die persoon zien.

Bij mij is het ook niet zichtbaar. En toch heb ik autisme. Dit kan voor veel mensen verwarrend zijn.
Wanneer we iets niet kunnen zien. Weten we vaak niet hoe we er mee om moeten gaan. Ik moet toegeven, dat ik dat ook wel eens heb. Ondanks dat ik ook zelf autisme en fibromyalgie heb.

Wat autisme voor mij precies inhoudt? Dat ben ik nog steeds aan het ontdekken. Gelukkig krijg ik hulp van het ATN in Hoogeveen. Na elke “cursus” speelt mijn hele leven in mijn hoofd af. Op zoek naar tekenen van autisme. Bij elke nieuwe “cursus” heb ik wel weer vragen. Of van de vorige keer. Of, wanneer zij mij meer uitleg geeft over autisme. Daarom schiet het niet zo op met de “cursus”. We zouden al bij nummer vier moeten zijn, of nummer vijf. Maar ja, ik wil graag alles weten.

Kleine puzzelstukjes vallen op zijn plek. Het pesten op de MAVO. Alleen maar omdat één persoon mij niet mocht. Zou zij gezien hebben, dat ik anders was dan de andere kinderen?
Moeite hebben wanneer er iemand bij mij wou blijven slapen. Wanneer er iemand bij mij wou slapen, moest ik vaak nee verkopen. Niet omdat ik het niet leuk zou vinden. Nee, omdat ik niet kon slapen. Als er iemand bij mij op de kamer sliep. Ik “stoorde” mij teveel aan hun ademhaling. Ook had ik moeite met het verbreken van mijn routine.

Je zou nu wel denken. Maar Jaqueline, je bent nu getrouwd en slaapt met je man in één kamer. Heb je daar geen problemen mee? Jawel, dat heb ik soms nog wel. Vooral als mijn ligt te snurken, als hij verkouden is. Het lekkerst slaap ik, als hij nachtdienst heeft. Dan ligt er niemand naast mij.

Muziek is mijn grote drive, al mijn hele leven. Misschien is dit wel mijn “autisme” ding. Wanneer ik weer eens gepest werd. Zat ik ’s avonds alleen op mijn kamer. Koptelefoon op te luisteren naar muziek.
Als ik zelf niet lekker in mijn vel zat, luisterde ik naar muziek. Het muziek nam ik dan op via de radio. Heel enkel kocht ik nog een cassettebandje. Ook wanneer ik slecht kon slapen. Pakte ik mijn walkman om tot rust te komen. Later werden het cd’s.
Ook nu luister ik naar muziek, als ik mij niet lekker voel. Of, als mijn hoofd weer eens te vol zit. Ik luister naar verschillende soorten muziek. Van country tot Imagine dragons tot jaren tachtig muziek.
Het liefst met de koptelefoon op en luid meezingen (oh ja, ik vind dan dat ik super mooi kan zingen).

Een ander ding dat ik doe. Als ik het te druk heb in mijn hoofd, is tellen. Ik tel dan hoeveel ramen er in een kozijn zitten. Hoeveel tegeltjes er aan een muur hangen. Noem maar op. Ligt er net aan waar ik ben.
Tevens kan ik moeilijk mijn concentratie ergens bij houden. Neem bijvoorbeeld een lezing of iets dergelijks. Na een tijdje kan ik mijn aandacht er niet meer bijhouden. Ondanks dat de lezing, voor mij, heel interessant kan zijn. Ik begin dan weer te tellen. Of, ik pak mijn mobieltje erbij. Om daar op te kijken. Om mij maar af te leiden. Meestal ben ik blij, wanneer de pauze begint. Of de lezing is afgelopen.

Ik kan het mijzelf ook behoorlijk moeilijk maken. Neem bijvoorbeeld dit weekend. Ik ga met negenenveertig onbekende vrouwen en drie onbekende mannen naar de F1 in Hongarije. Dit wordt georganiseerd door Formule 1 vrouwen. Persoonlijk ken ik ze niet, maar sommige wel via de facebookpagina. Ik heb super veel zin om heen te gaan.

Hoe dichterbij het komt. Hoe angstiger ik ook wordt. En dan komen de doem scenario’s. Straks vind niemand mij leuk. Sinds gisteren heb ik een nieuwe kamergenote. Ja, ik durfde niet een kamer voor mij alleen te nemen. Bang dat ze mij zouden vergeten. Daarom heb ik gekozen om een kamer te delen.
Stel je voor dat er geen klik is met haar?
We vertrekken vanaf Schiphol. Wat als ik de groep niet kan vinden? Denk het wel, met allemaal roze T-shirts.

Mijn man brengt mij gelukkig naar Schiphol. Loopt ook met mij mee naar de verzamelplaats. Daar ben ik heel blij om. Maar, slik, we moeten om drie uur ’s morgens vertrekken. Daar gaat mijn hele ritme.
Oh ja, daarbij moet ik ook nog mijn koffer pakken. Ik weet niet of meer mensen dit hebben.
Ik kan mijn koffer niet de dag van te voren pakken. Ook al heb ik een lijst gemaakt met wat er allemaal mee moet.
Nog ben ik bang, dat ik dingen vergeet. Waardoor ik het liefst mijn koffer op de dag van vertrek inpak.

Tevens ben ik bang, dat mijn man het niet leuk vindt dat ik weg ga. Ondanks dat hij herhaaldelijk heeft gezegd. Dat hij het niet erg vindt en ik moet gaan genieten.
Dit soort dingen maken mij alleen maar bang. Ik kan hier twee dingen mee doen. Één: toegeven aan mijn angsten en niet mee gaan naar Hongarije. Om dan samen met mijn man F1 te kijken op tv.
Of twee: niet toegeven aan mijn angsten. Donderdag in de auto stappen en naar Schiphol gaan om vijf dagen te genieten van Hongarije en de F1.

Ik kies voor het laatste. Heel lang heb ik mijn leven laten lijden door mijn angst. Waardoor ik heel veel leuke dingen heb moeten laten schieten. Dit wil ik niet meer. Hoe moeilijk het ook voor mij is. Om over de angst te zetten. Het levert mij wel weer heel veel mooie dingen op.

Hierdoor merk ik ook, dat ik langzaam begin te wennen aan het woord “autisme”. Ja, ik heb autisme. En nee je ziet het niet aan mij. Ik heb nog een hele lange weg te gaan, voordat ik tegen mijzelf kan zeggen. Hallo, ik ben Jaqueline, ik heb autisme en dat is helemaal niet erg. En eens komt die dag, ik voel het.


0 reacties

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: