Wanneer je me als meisje vroeg. Wat ik later wilde worden? Was mijn standaard antwoord. Ik wil graag het leger in. Het liefste als zandhaas (infanterist). En als dat nou niet gaat gebeuren? Dat stond niet in mijn woordenboek. Ik zou hoe dan ook, het leger in gaan.

Waar komt de “liefde” voor het leger vandaan? Daar kan ik maar één antwoord op geven: mijn vader.
Hij zat bij het Korps Nationale Reserve. Vaak kwam hij thuis met rooskleurige verhalen. De ene nog erger dan de ander.
Wanneer mijn vader een oefening bij ons in het dorp had. Ging ik altijd even kijken. Ik vond het zo stoer. Dat mijn vader in het leger zat. Heel soms kreeg ik iets lekkers van hem.

Later gingen we als gezin mee naar de kazerne in Assen. Wanneer mijn vader met zijn peloton. Meededen met de “spelletjes” dag. Op deze dag strijden verschillende pelotons tegen elkaar om de eerste plaats. Het was altijd reuze gezellig. De verhalen en deze dagen zijn mij altijd bijgebleven. Net als de foto’s.

Dan was er nog iets. Iets dat ik miste in onze samenleving. Het gevoel van saamhorigheid. Voor elkaar klaar staan. Elkaar steunen door moeilijke tijden. Wetend, dat er altijd wel iemand is. Waarop je kan vertrouwen. Je maatjes, die je wel moeten vertrouwen. Hoe overleef je het anders in een oorlogsgebied?Dit was iets, wat ik niet kon vinden in het “gewone” leven.

Mijn slaapkamer hing dan ook vol met posters van het leger. Vooral van de serie Tour of Duty. Bij mijn bed had ik stickers van het leger hangen. Op een kastje stonden lege omhulsels van munitie, baretten, emblemen en rangen.

Mijn moeder hoopte, wanneer ik ouder zou zijn. Deze “fase” wel voorbij zou gaan. Mijn oma en tante steunden haar. Zij vonden het ook maar niks. Dat ik bij het leger wilde. Ik trok mij er helemaal niks van aan. Ook niet van het feit. Dat er in die tijd, helemaal niet zoveel vrouwen het leger in gingen.

Helaas voor hun, ging de fase niet voorbij. Het probleem was alleen. Dat je met zestien jaar, te jong was om het leger in te gaan. Tja, wat moet je dan gaan doen? Samen met mijn vader ben ik scholen gaan bekijken. De enige school dat mij een beetje aansprak. Was de school voor automonteur. Hier kan ik het nog wel twee jaar volhouden. Tot ik achttien jaar oud ben. Oud genoeg om te solliciteren.

Oh ja, in mijn laatste jaar van de MAVO. Moest je vertellen wat je graag wilde worden. Of, wat je na deze school ging doen. Toen ik vertelde, dat ik het leger in wilde. Werd ik door al mijn klasgenoten recht in mijn gezicht uitgelachen. Een vrouw hoorde niet in het leger. Mij maakte het niet uit. Ik moest en zou het leger in.

Rond mijn zeventiende heb ik voor het eerst gesolliciteerd. Niet als infanterist, maar bij de luchtmacht.
Waarom niet bij de landmacht? Omdat mijn vader vroeger bij de luchtmacht heeft gediend, bij de beveiliging. Voordat hij bij het KNATRES terecht kwam. Misschien om zo een band met hem te krijgen?
Helaas kwam ik niet door de eerste keuring. Ik baalde hier flink van.

Een half jaar later solliciteerde ik bij de landmacht. Dit keer wilde ik graag als zandhaas. Helaas deelde de landmacht mij bij de technische dienst. Aangezien ik voor automonteur leerde. Hier kwam ik wel door de eerste keuring, maar niet door de tweede keuring. Ze waren bang, dat ik het geestelijk niet aankon. Aangezien ze mij op de MAVO hadden gepest. Ik was hier zo kwaad om. Dat ik het leger even links heb laten liggen.

Ik was er even klaar mee. Pas toen ik twintig werd. Begon het weer een beetje te kriebelen. De opleiding tot automonteur had ik niet gehaald. Tja, het was maar een buffer. Om het leger in te kunnen. Zodra ik oud genoeg was. De opleiding die ik aan het doen was. Beviel mij helemaal niet. Maar ja, ik moest iets doen. Om later geld te kunnen verdienen.

Rond mijn twintigste begon het weer te kriebelen. Zowel bij de lucht- als landmacht was het niet gelukt. Hoe moest ik het nou dan wel doen? Ineens kreeg ik een ingeving. Laat ik het proberen bij het KNATRES. Drie keer is scheepsrecht. En ja hoor. Bij het KNATRES werd ik aangenomen. Ik was helemaal in de wolken. Maar, toen kwam de AMO (algemene militaire opleiding) om de hoek kijken. Die moest ik gaan volgen. Anders mocht ik niet bij het KNATRES.

De opleiding duurde drie weken. Op een kazerne in Weert. Wat betekende, doordeweeks wonen op de kazerne. Samen met mijn opleiding ging ik kijken. Wanneer ik het beste drie weken kon stoppen met mijn opleiding. Dit werd de maand maart.
Die drie weken lang, had ik alles gegeven wat ik maar kon. Ik was de beste in de klas, met het in elkaar zetten van het wapen (kon ook makkelijk, als je vader het wapen in huis had. En jij goed keek, hoe hij het wapen schoon maakte).

Na drie weken kreeg ik mijn diploma. Ik was zo trots als een pauw. Later kreeg ik thuis bericht. Waar ik was ingedeeld. Ik was ingedeeld bij de kazerne in Assen. In een peloton, waar ik niemand van kon. En, ik had ook nog geen rijbewijs (was er al wel mee bezig).
Gelukkig kon ik degene die over het personeel ging. Waardoor ik heb kunnen regelen. Dat ik bij mijn vader in de peloton kwam. Zo kon ik tenminste altijd met iemand meerijden. En, ik kon de meeste mensen.

Dan heb je ook nog de keerzijde, van het volgen van een opleiding op de kazerne. Als je daarna weer terug moet naar school. Ik voelde mij helemaal niet meer thuis op school. Ik voelde mij ineens een stuk volwassener. Vond iedereen op school maar “kleine kinderen”. Snapte ook niet meer, wat ik eigenlijk nog deed op school. Persoonlijk was ik dan ook heel blij, toen ik mijn diploma haalde. Waardoor ik eindelijk van school af kon.

Mijn tijd bij het KNATRES? Die vond ik helemaal geweldig. Voor zover ik weet. Waren mijn vader en ik, de eerste vader en dochter bij het KNATRES. Samen met nog een klein handje vol vrouwen. Hebben wij een weg gebaand bij het KNATRES. Ik heb dingen mee mogen maken. Die ik anders nooit had meegemaakt. Nee, ik ga niet alles vertellen. Sommige dingen moet je tot jezelf houden.

In die tijd heb ik mooie vriendschappen gehad. In het begin mocht ik meelopen, met de viering van de bevrijdingsdag in Groningen. Ik mocht langs de kant staan, tijdens prinsjesdag. Ik heb in het erepeloton gestaan. Tijdens de beëdiging van de nieuwe KNATRES leden. Ik heb mee mogen lopen, in mijn DT (dagelijks tenue), tijdens de dodenherdenking in Eelde. Ik kreeg van iemand zelfs nog een dames hoed/pet. Waarmee mijn DT helemaal compleet was.

Natuurlijk heb ik ook minder leuke dingen meegemaakt. Ik was de enige dame tussen allemaal mannen. Soms was er sprake van seksisme. Of ongewenste uitspraken. Het deed me wel eens pijn. Dat liet ik dan niet zien. Over het algemeen heb ik een gigantisch leuke tijd gehad.

Ik heb nog geprobeerd opnieuw te solliciteren bij de luchtmacht. Dit keer als beveiliger met hond. Ik wilde heel graag met dieren werken. Op het fietsen na, had ik het gehaald. Het fietsen moest ik nog een keer overdoen. Helaas, heb ik het moeten laten gaan. Rond diezelfde tijd. Begon ik ook meer last te krijgen van mijn lichaam. Vooral mijn schouder. Dit bleek later, het begin van mijn fibromyalgie.

Met pijn in mijn hart. Heb ik ook afscheid genomen van het KNATRES. Ik heb zeven mooie jaren gehad. Die ik niet had willen missen. Het heeft mij ook heel erg geholpen. Om mijzelf sterker te maken. Weerbaarder te maken tegen negatieve invloeden. Het pesten een beetje achter mij te laten. Ik ben heel blij, dat ik deze keuze ooit heb gemaakt in mijn leven. Toch nog een beetje mijn droom waar kunnen maken.


0 reacties

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: