Zoals de titel van deze blog al aangeeft. Wie ben ik? Dat is iets, wat ik mijn hele leven al afvraag. Soms is het op de achtergrond aanwezig. Als ik niet lekker in mijn vel zit. Is het heel sterk op de achtergrond aanwezig.
Nu ik bezig ben met het ontdekken van mijn autisme. Komt het al meer en meer naar voren. Wie ben ik?
Ja, ik ben een vrouw. Nee, ik heb niet het gevoel dat ik in een verkeerd lichaam zit. Ik heb wel het gevoel, dat mijn binnenste ik er anders uit ziet dan mijn buitenkant ik. Jullie zullen nu wel denken. Wat bedoeld zij daarmee?
Aan de binnenkant ben ik een zachtaardige lieve vrouw, met mooie blauwe ogen (wat ik mijn enigste pluspunt aan mijn lijf vindt), volslank en zin in het leven.
Wanneer ik in de spiegel kijk. Zie ik een dikke vrouw, die het moeilijk heeft met haar leven. Die oud en grijs begint te worden. Die de buitenwereld niet zo begrijpt.

Mijn hele leven heb ik dit gevoel al gehad. Waar het vandaan komt? Ik weet het niet. Belangrijker vind ik nog. Hoe kan ik van mijzelf houden? Als ik niet eens weet wie ik ben?
Je hoort en leest van mensen die zeggen. Elke dag voor de spiegel staan en de positieve dingen aan je lijf opnoemen. Zeggen dat je van jezelf houdt.

Hoe doe je dat dan? Als je je van binnen anders voelt dan van buiten? Als je zo’n laag zelfbeeld hebt?
Dat ik gepest ben op de MAVO heeft zeker ook niet geholpen. Dat heeft het, denk ik, alleen maar meer aangewakkerd.
In die tijd was de relatie met mijn vader ook niet over naar huis te schrijven. Terwijl je dan juist bezig bent. Met het ontwikkelen van je eigen ik.

Af en toe ben ik in therapie geweest. Wanneer ik het gevoel had, dat het heel slecht met mij ging.
De eerste keer was, ongeveer twintig jaar geleden. Dit was in Groningen, het heet nu GGZ.
Ik ben een paar keer heen geweest. Iedere keer kwam ik er depressiever vandaan. Elk gesprek draaide om hetzelfde verhaal. Er kwam geen schot in. Puntje bij paaltje, kreeg ik te horen van de psycholoog. Dat het allemaal aan mijzelf lag. Daar kan je het dan mee doen. Daarna heb ik besloten om er maar mee te stoppen. I.p.v. dat ik mij beter ging voelen, werd het alleen maar slechter.

De tweede keer dat ik in therapie ben geweest. Is iets meer als tien jaar geleden. Mijn man en ik woonden net samen. Ik voelde mij al een tijdje niet goed in mijn vel zitten. Tot ik op een dag naar mijn werk ging. Één ding spookte er maar door mijn hoofd. Wat als ik met mijn auto tegen een boom of viaduct aan knal. Ben ik dan ook gelijk dood? Ja, ik dacht die dag aan zelfmoord. Het scheelde ook niet veel, of ik had het gedaan. Daar ben ik zo van geschrokken.
Bij thuiskomst heb ik het mijn man verteld. De dag erna heb ik mij ziek gemeld op het werk.

Langzaam zakte ik al verder in een dieper dal. Mijn dag- en nachtritme gooide ik helemaal om. Wat het ook niet makkelijker maakte voor mijn man.
Wanneer het helemaal mis ging. Lag ik als een bolletje te rollen op de gang. Ik was dan ook totaal niet aanspreekbaar. Mijn proeftijd werd niet verlengd op mijn werk. Wat op zich weer een opluchting was.

Via de huisarts kreeg ik oxazepam en diazepam. Door deze medicijnen kreeg ik mijn dag- en nachtritme een beetje onder controle. Ik was niet meer zo emotioneel. Keerzijde van deze combinatie medicijnen? Ik veranderde in een zombie. Honger had ik niet meer. Dus eten deed ik ook bijna niet. Als mijn man, bij wijze van, dood neer zou vallen. Deed het mij helemaal niks. Zo kon ik dus ook niet verder.

Doordat ik in die tijd ook een angst voor rijden had gekregen. Durfde ik verder nergens heen te gaan. Mijn man kon me ook niet overal heen brengen. Dus, een psychiater kwam bij mij thuis om te praten.
Via hem kreeg ik andere depressiva. Dit keer was ik geen zombie. Nee, nu slaapte ik de gehele dag.
Na een paar dagen ben ik dan ook gestopt met deze medicijnen. Zeer tegen de zin in van de psychiater.

Een paar keer ben ik bij het GGZ in Hoogeveen geweest om te praten. Mijn man bracht mij iedere keer. Ook dit had niet het gewenste effect. Inmiddels zat ik in de WW. Waar ik ook elke maand naar toe moest.
Na Hoogeveen werd ik doorgestuurd naar het GGZ in Beilen. Om daar een dagbehandeling te volgen.
Hiervoor moest ik dan vier keer in de week er naar toe.

In de tussentijd durfde ik wel weer in Beilen te rijden. Maar, nog steeds geen grote afstanden. Ik had een afwachtende houding. Wat ik er allemaal van kon verwachten. Ene kant trots op mijzelf, dat ik geen anti-depressiva gebruikte.
Tijdens de duur van de dagbehandeling. Heb ik mij nooit echt fijn gevoeld bij het GGZ. Op den duur maakte ik er ook een potje van. Voor mijn gevoel leerde ik er niks. Toch voelde ik mij langzamer hand beter.

Na een behandeling van een half jaar. Ben ik in goed overleg met het GGZ gestopt met de behandeling. Nooit wetende, wat mij mankeerde. Tot ik, op advies van iemand van het WW, de huisarts eens moest bellen. Dat heb ik gedaan. Het GGZ had bij mij borderline geconstateerd.
Aan de ene kant was ik boos. Waarom hebben zij mij dat niet verteld? Aan de andere kant was ik blij, dat het beestje eindelijk een naam had.

Hulp voor mijn “borderline” heb ik nooit gehad. Ik kreeg de uitslag en daar kon ik het mee doen. Door veel te lezen op internet. Wist ik wat het was. Al doende leerde ik, wat mij wel hielp en wat mij niet hielp. Ik genoot weer van het leven. Had weer plezier in dingen. Durfde weer overal heen te rijden. Ondanks dat het elke keer toch weer angstig is.
Toch zat ik met vragen? Waarom heb ik dan geen vrienden? Waarom kan ik slecht omgaan met emoties? Iets wat totaal niet bij borderline hoorde.

Nadat mijn moeder is overleden. Viel ik weer in een diep gat. Hoewel ik een beetje wist om er uit te komen. Bleef ik in een cirkeltje draaien. Via de huisarts kwam ik in gesprek met de psycholoog. Die daar ook werkt. Na mijn gesprek vertelde hij mij. Dat hij dacht, dat ik helemaal geen borderline had. Maar PDD-NOS. Of hij mij door mocht sturen. Om te kijken of het ook echt zo is.
Om nou voor eens en voor altijd achter te komen wat het nu is. Heb ik ja gezegd.

Zo kom ik dus bij mijn laatste ervaring met therapie. Ik moet zeggen, voor het eerst in mijn leven heb ik er een goed gevoel bij. Ik heb een klik met degene die mij helpt. Ik heb het gevoel, dat ik eindelijk begrepen wordt.
Ja, de diagnose autisme stoornis spectrum komt wel aan als een klap. Vooral als je al zolang denkt, dat je borderline hebt.

Mede door de cursus die ik volg. Ga ik mij al meer afvragen, wie ben ik? Als ik nou in mijn jeugd behandeld was voor autisme. Zou mijn leven nu dan anders zijn geweest? Elke dag speel ik mijn leven af in mijn hoofd. Als een soort film. Zoekende naar kenmerken van autisme. Zou ik daarom gepest zijn op de MAVO? Kan ik daarom moeilijk een baan vasthouden? Heb ik daarom problemen met het uiten van emoties? En met de emoties van andere mensen? Hou ik daarom niet zo van knuffelen? Omdat het mij zo benauwd. Heb ik daarom geen vrienden? Allemaal dingen die door mijn hoofd blijven spoken.

Heel soms vraag ik mijzelf wel eens af. Klopt de diagnose autisme wel? Is het toch niet borderline?
Krijg ik straks niet te horen. Sorry, maar je hebt geen autisme. Wat het wel is weten we niet?
Ja, ik kan het soms moeilijk geloven, dat ik autisme heb. Je kan het niet aan mij zien. Net als met mijn fibromyalgie. Dat maakt het zo moeilijk.

Gelukkig kunnen ze mij helpen bij ATN Hoogeveen. Gelukkig krijg ik nog meer hulp na de cursus autisme. Eindelijk word ik binnenste buiten gekeerd. Ik hoop hierbij, dat daarna ook van mijzelf kan leren houden. Dat mijn innerlijke ik en uiterlijke ik hetzelfde zijn. Wanneer ik in de spiegel kijk. Dat het ook allemaal klopt. Maar ook, dat ik straks alles uit mijn leven kan halen. Wat voor mij haalbaar is.

Wanneer mijn man tegen mij zegt: “ik vind je knap, zoals je bent”. Dat ik ook geloof dat ik knap ben. Dat ik het waard ben om hier te zijn.
Mocht het dan ooit mijn tijd zijn. Dat ik tegen mijzelf kan zeggen. Jaqueline, je hebt alles gedaan wat je wilde. Je hebt zoveel plezier gehad in je leven. Eindelijk heb je jezelf geaccepteerd. Het is goed zo.


0 reacties

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: